Het gebruik van röntgenopnames
Röntgenopnames worden vaak gebruikt voor de conservering en restauratie van kunstwerken van schilderijen. Met röntgenopnames kan onderliggende schade, die met het blote oog niet zichtbaar is, in kaart worden gebracht. Denk bijvoorbeeld aan schade uit het verleden aan verflagen en dragers (doeken of panelen).
Daarnaast kan er met deze opnames ook inzicht worden verkregen in de werkwijze van de kunstenaar en in de restauratiegeschiedenis van een schilderij. Bovendien kan röntgenonderzoek aanwijzingen opleveren die van belang kunnen zijn in discussies over datering en authenticiteit. Ook onderliggende voorstellingen worden op een röntgenopname zichtbaar. Zo weten we bijvoorbeeld dat Van Gogh meerdere werken schilderde over voorstellingen die hij eerder had geschilderd.
De anatomie van het doek
Röntgenbeelden zijn ook essentieel bij het analyseren van de specifieke eigenschappen van de anatomie van doeken. Veel negentiende-eeuwse schilderijen zijn in het verleden voorzien van een steundoek (doublering). Daardoor is de oorspronkelijke achterzijde van het schilderij niet meer zichtbaar en kunnen de individuele karakteristieken van het originele doek, zoals de weefseldichtheid, niet meer met het blote oog worden bepaald.
Veel negentiende- en vroeg twintigste-eeuwse doeken hebben een gronderingslaag. Meestal bestaat deze laag uit componenten die vanwege hun elementaire samenstelling, zoals lood- of zinkverbindingen, door middel van de röntgenstraling duidelijk gefotografeerd kunnen worden. Het contrast tussen dikkere en dunnere delen van de grondering op een doek brengt dan de specifieke doekstructuur aan het licht.