Iedereen kent Vincent van Gogh. Maar zijn wereldroem was allesbehalve vanzelfsprekend. In de tentoonstelling Vincents weg naar wereldroem laat het Van Gogh Museum vanaf 12 juni 2026 zien hoe een kunstenaar die tijdens zijn leven nauwelijks erkenning kreeg, kon uitgroeien tot een van de bekendste kunstenaars ter wereld. Het is een familieverhaal vol keuzes, vasthoudendheid, kunsthandel, verzamelaars en publieke beeldvorming.
Na Vincents dood in 1890 was het allerminst zeker dat zijn werk een groot publiek zou bereiken. Enkele maanden later overleed ook zijn broer Theo. Theo’s weduwe Jo van Gogh-Bonger bleef achter met honderden schilderijen, tekeningen en brieven, en een jonge zoon. Ze had de collectie kunnen verkopen of verdelen, maar in plaats daarvan koos ze voor een veel ambitieuzere opdracht: de wereld overtuigen van Vincents artistieke genialiteit.
Met tentoonstellingen, bruiklenen, publicaties en een scherp gevoel voor timing bouwde Jo stap voor stap aan Van Goghs reputatie. De tentoonstelling laat zien hoe Vincent in de decennia daarna uitgroeide van relatief onbekende Nederlandse kunstenaar tot een naam die wereldwijd betekenis kreeg. Ook de rol van Vincent Willem van Gogh, de zoon van Jo en Theo, is bepalend. Dankzij zijn inzet bleef de collectie bijeen en werd in 1973 het Van Gogh Museum geopend. Daarmee werd de nalatenschap van Vincent toegankelijk voor een breed publiek.
Vincent Willem van Gogh, de zoon van Jo en Theo, tijdens de inrichting van het Van Gogh Museum, vlak voor de opening in 1973.