In het Brabantse Nuenen schildert Vincent van Gogh in 1885 zijn eerste ‘meesterproef’: De aardappeleters. Met dit figuurstuk wil Van Gogh uitdrukking geven aan het zware boerenbestaan, en tegelijkertijd aan de buitenwereld laten zien wat hij als kunstenaar in zijn mars heeft.
In de artistieke traditie van ‘de karige maaltijd’ schildert Vincent een boerenfamilie in een schamel verlicht vertrek waarbij hij twee eetmomenten combineert: het ‘koffiedrinken’, een broodmaaltijd rond zes uur ‘s avonds, en later op de avond, rond negen uur, een eenvoudige maaltijd van aardappelen die zijn overgebleven van het middagmaal. Diverse leden van de familie De Groot staan voor het figuurstuk model. Van Gogh heeft een donker palet van aardse kleuren gebruikt, en de figuren verweerde gezichten en grove, knokige handen gegeven. In het duister achter hen zijn aan de wand enkele objecten te onderscheiden, waaronder een ingelijste kleurenprent: een zogenoemde huiszegen.
Kees Rovers, inwoner van Nuenen die al geruime tijd voorwerpen verzamelt die voorkomen op Van Goghs Brabantse schilderijen, verwierf onlangs twee verschillende huiszegens. Maar welke heeft Vincent nu afgebeeld? Historicus en etnoloog Gerard Rooijakkers zocht het uit en kon met zekerheid vaststellen dat het een devotieprent uit het bedevaartsoord Kevelaer betrof. In dit artikel beschrijft hij de betekenis van huiszegens in de Brabantse katholieke volkscultuur.