Postbodes zijn zelden te zien in de kunstgeschiedenis. Als ze al op een kunstwerk voorkomen, dan zijn ze vaak weergegeven als anonieme figuren die goed of slecht nieuws brengen. De Franse postbode Joseph Roulin is een opvallende uitzondering.
Kennismaken op het postkantoor
Vincent van Gogh en Joseph Roulin ontmoetten elkaar in de zomer van 1888, vermoedelijk op het station van Arles, waar Roulin werkte als postbeambte. Officieel was Roulin brigadier-chargeur: hij was verantwoordelijk voor het laden en lossen van de post die per trein werd vervoerd. Vincent stuurde regelmatig schilderijen naar zijn broer Theo in Parijs en het is aannemelijk dat hij zo met Joseph Roulin in contact kwam. Joseph zorgde er waarschijnlijk ook voor dat Vincent de brieven ontving die Theo aan hem schreef.
Vriendschap in het café
Van Gogh raakte bevriend met Roulin nadat ze elkaar regelmatig zagen in het Café de la Gare. Joseph wist niks van kunst, maar praatte graag over politiek en Vincent stelde de aanspraak op prijs want hij kende nog niet zo veel mensen in Arles. In oktober zou Gauguin naar Arles komen, maar zover was het nog niet. Vincent was niet alleen blij met het sociale contact, hij was ook geïntrigeerd door de opvallende verschijning van de postbode met zijn grote baard en dienstkleding vol goudkleurige knopen.
Van Gogh wilde dolgraag een portret van Roulin maken. Portretten waren belangrijk voor de kunstenaar, maar hij was er in Parijs weinig aan toegekomen door een gebrek aan modellen. Vincent experimenteerde al volop met sprankelende kleuren in landschappen en hij wilde die ideeën ook toepassen in portretten. Licht en kleur waren volgens hem de sleutel tot de toekomst van de schilderkunst.
Eerste portretten van Joseph Roulin
De postbode heeft meerdere keren model gezeten voor Vincent, want in een periode van ca. zes maanden maakte Vincent zes schilderijen en drie tekeningen van hem. Het eerste portret maakte Vincent eind juli 1888, van Joseph zittend in zijn blauwe uniform, tegen een lichtblauwe achtergrond. Van Gogh zocht niet naar fotografische gelijkenis, maar probeerde het karakter van de geportretteerde te vangen in heldere, felle kleuren. Dat tijdloze, universele gevoel was het moeilijkste om uit te drukken: ‘Ik weet niet of ik de postbode kan schilderen zoals ik hem voel,’ schreef hij aan Theo.
Vincent van Gogh, Postbode Joseph Roulin, 1888, olieverf op doek, 81,3 × 65,4 cm, Museum of Fine Arts, Boston. Schenking van Robert Treat Paine. Foto © Museum of Fine Arts, Boston
Vincent van Gogh, Postbode Joseph Roulin, 1888, olieverf op doek, 65 × 50,5 cm, Detroit Institute of Arts. Schenking van de heer en mevrouw Walter Buhl Ford II. Foto: © Detroit Institute of Arts / Bridgeman Images
Ode aan het uniform
In de serie portretten van Joseph Roulin speelt zijn uniform een belangrijke rol. Het blauwe pak met groot ‘postes’ op de pet laat geen twijfel bestaan over de identiteit van het model en daarmee maakte Vincent een statement. Hij liet zien dat portretten niet langer voorbehouden waren aan welgestelde mensen. Ook door de houding van Roulin krijgt het portret een zekere status.
Vincent schilderde Joseph na het eerste portret alleen nog vanaf de schouders omhoog, waardoor het gezicht centraal komt te staan. Joseph kijkt ons aan met een stevige, maar vriendelijke blik. Door de sterke symmetrie in de compositie valt je oog sneller op ongelijkheden in zijn gelaat: een ietwat scheve neus, of een snor die in plukjes over zijn lip valt. Dit soort details maken de portretten levensecht.
Derde en vierde portret van Joseph
In het najaar van 1888 schilderde Vincent een derde en vierde portret van Joseph tegen een groene en gele achtergrond. Hierdoor kwam er nog meer nadruk te liggen op het blauwe uniform. De bloemen en signatuur zijn pas later op het doek aangebracht, toen de groene achtergrond al droog was. Bij de linkerschouder zie je bijvoorbeeld hoe de rode verf óver het blauwe jasje loopt.
Detail uit: Vincent van Gogh, De postbode, Joseph Roulin, 1888, Olieverf op doek, 65,7 × 55,2 cm, The Barnes Foundation, Philadelphia, Foto: met dank aan The Barnes Foundation
Detail
Hier is te zien hoe de rode verf óver het blauwe jasje loopt, een aanwijzing dat Vincent de bloemen en zijn signatuur pas later op de achtergrond aanbracht.
Vincent van Gogh, Joseph Roulin, 1888, olieverf op doek, 65 × 54 cm, Kunst Museum Winterthur. Schenking van de erfgenamen van Georg Reinhart, 1955, Foto: SIK-ISEA, Zürich, Martin Stollenwerk
Het vierde portret met gele achtergrond verschilt sterk van de eerdere drie. Het heeft een hele modernere uitstraling door de vereenvoudigde vormen, een gebrek aan diepte (schaduwen) en details. Vincent maakte het portret waarschijnlijk in de avond bij spaarzaam gaslicht, waardoor details vervaagden. Hij schilderde de baard bijvoorbeeld als één geheel met donkere en lichte vlekken, zonder individuele haartjes te accentueren, zoals in de eerdere portretten.
Tegen het einde van het jaar had Vincent de hele familie Roulin geportretteerd, maar vlak voor kerst veranderde het leven van de kunstenaar voorgoed. Vincent woonde en werkte al sinds oktober samen met Paul Gauguin, een bevriende kunstenaar. De samenwerking verliep moeizamer dan Vincent had gehoopt en na een uit de hand gelopen discussie sneed hij, compleet in de war, zijn linkeroor af. Hij belandde in het ziekenhuis. Gauguin nam de trein terug naar Parijs en liet Vincent alleen.
Een vriend in moeilijke tijden
Na deze tragische gebeurtenis ontfermde de postbode zich over Vincent. Joseph zorgde ervoor dat het Gele Huis werd opgeruimd en toen Vincent op 7 januari 1889 werd ontslagen uit het ziekenhuis, bracht hij de hele dag met hem door. ‘Ik ben zo vaak bij hem als mijn werk het toelaat en als er weer iets gebeurt, laat ik het u zo snel mogelijk weten’ schreef Joseph aan de bezorgde zus van Vincent.
Op 17 januari kreeg Vincent opnieuw een tegenslag te verwerken: zijn beste vriend Joseph werd overgeplaatst naar Marseille en vertrok drie dagen later. Madame Roulin en de kinderen bleven in Arles. Ook al was de postbode er niet om model te zitten, toch maakte Vincent in januari en februari 1889 een vijfde en zesde portret van Joseph.

Vincent van Gogh, Het Gele Huis (De straat), 1888
Vijfde en zesde portret van Joseph
Vincent schilderde de laatste twee portretten van de postbode mogelijk als herinnering aan zijn vriend en gebruikte een eerder gemaakt portret als voorbeeld. De portretten uit 1889 vallen op door hun rijk gedecoreerde achtergrond. Het vijfde schilderij is voorzien van dahlia’s en bladeren, motieven die Vincent ook gebruikte in de portretten van Madame Roulin (La Berceuse). In het zesde schilderij zien we klaprozen, korenbloemen, madeliefjes en rozen.
Deze bloemen in rood, wit en blauw zijn niet toevallig gekozen. Ze verwijzen mogelijk naar de kleuren van de Franse vlag, die op hun beurt symbool staan voor vrijheid, gelijkheid en broederschap. Hiermee schilderde Vincent als het ware een laatste eerbetoon aan zijn politiek bevlogen vriend Roulin.
Vincent van Gogh, Joseph Roulin, 1889, olieverf op doek, 64,4 × 55,2 cm, The Museum of Modern Art, New York. Schenking van de heer en mevrouw William A. M. Burden, de heer en mevrouw Paul Rosenberg, Nelson A. Rockefeller, de heer en mevrouw Armand P. Bartos, The Sidney and Harriet Janis Collection, de heer en mevrouw Werner E. Josten, en het legaat van Loula D. Lasker (bij uitwisseling), 1989. Foto: © The Museum of Modern Art/Licensed by SCALA / Art Resource, NY
Vincent van Gogh, Joseph Roulin, 1889, olieverf op doek, 65 × 54 cm, Kröller-Müller Museum, Otterlo. Foto: Rik Klein Gotink © Collectie Kröller-Müller Museum, Otterlo
Vriendschap op afstand
Zo’n vijf maanden nadat Roulin uit Arles vertrok, pakte ook Vincent zijn spullen. In mei 1889 liet hij zich vrijwillig opnemen in een ziekenhuis voor mensen met mentale problemen. Aanvankelijk schreven Vincent en Joseph elkaar brieven, maar uiteindelijk verloren ze contact.
Rond 1900 verkocht Roulin de vijf portretten met daarbij twee landschappen van Van Gogh aan Ambroise Vollard, een kunsthandelaar in Parijs. Hij kreeg er 450 francs voor. Een schijntje, want 10 jaar eerder had Anna Boch al 400 francs betaald voor één Van Gogh-schilderij. Roulin had geen idee wat de kunstwerken waard waren. Vollard was een sluwe handelaar die daar wel van op de hoogte was, maar in de onwetendheid van Roulin een kans rook voor een voordelige deal.
Voor Joseph was het niettemin veel geld. Een paar jaar voor de verkoop was hij met pensioen gegaan bij de post (55 jaar oud). Hij vulde zijn magere inkomen aan als metaalbewerker en toen zijn gezondheid achteruitging kon hij het geld waarschijnlijk goed gebruiken. Joseph Roulin stierf in Marseille in 1903, 62 jaar oud.
In de volgende aflevering
Vincent van Gogh schilderde niet alleen Joseph; ook de rest van het gezin Roulin kwam aan de beurt. In de volgende aflevering ontdek je meer over de acht (!) portretten die Vincent maakte van Augustine Roulin, de vrouw van Joseph.