Nadat Vincent de postbeambte Joseph Roulin had geschilderd, mocht hij ook de rest van het gezin portretteren.
Vincent was erg blij met zijn modellen: ‘(…) man, vrouw, baby, de kleine jongen en de zoon van 16 jaar, allemaal typen en echt Frans’, schreef hij begin december 1888 aan zijn broer Theo in Parijs. Vincent gaf het gezin een schilderij van elk model, als dank voor hun medewerking. Dat sprak Joseph en Augustine erg aan: in hun tijd was een geschilderd portret erg kostbaar en fotografie werd pas aan het einde van de 19de eeuw toegankelijk voor de gewone mens.
Modellen uit het gewone leven
In een week tijd schilderde Vincent de eerste portretten van alle vijf de Roulins. Die beschouwde hij als 'studies'. Hij hoopte dat de gezinsleden later nog eens wilden terugkomen voor ‘meer serieuze sessies’. Van Gogh maakte bewust geen groepsportret, omdat hij zich sinds De aardappeleters realiseerde dat zijn kracht niet lag in het maken van composities met meerdere figuren.
Vincent schilderde de familieleden als zichzelf, maar ze stonden tegelijkertijd symbool voor een universeel type: Joseph Roulin als de postbode, Madame Augustine Roulin als de troostende moeder, Armand als de jongeman op de drempel naar volwassenheid, Camille als de schooljongen en Marcelle als de baby die blaakt van gezondheid.
Voor de Roulinportretten liet Vincent zich inspireren door de 17de-eeuwse portretkunst van Hollandse meesters, zoals Rembrandt en Frans Hals. De afgebeelde personen op hun in deze schilderijen waren uitgegroeid tot toonbeelden van hun tijd en cultuur. Zoiets wilde Vincent ook, maar dan voor de hardwerkende arbeidersklasse.
Een ode aan het moederschap
Nadat Van Gogh twee portretten had gemaakt van Augustine met de vier maanden oude Marcelle, groeide zijn verlangen om een portret te maken van Augustine als ‘la berceuse’. In het Frans betekent dit zowel wiegster als slaapliedje. Vincent zocht niet zozeer naar een gelijkenis met mevrouw Roulin, maar naar een symbool voor moederschap. Augustine vond hij daarvoor het perfecte model. Net als de melodie van een wiegenliedje moesten de kleuren in het werk een gevoel van warmte en troost oproepen.
Vincent van Gogh, Augustine Roulin (La Berceuse), 1888-1889, olieverf op doek, 92 × 72,5 cm, Kröller-Müller Museum. Foto: Rik Klein Gotink
Opvallend genoeg is het kind in La Berceuse niet te zien. Vincent suggereerde de aanwezigheid van een wieg door het touw dat Augustine vasthoudt. Daaraan kan ze trekken om de wieg die buiten beeld staat, te laten schommelen. Van Gogh had het touw zelf bedacht, geïnspireerd op een prent die hij had van het schilderij De heilige familie bij avond uit het atelier van Rembrandt. Daarop is een vrouw afgebeeld die een vergelijkbaar touw vasthoudt.
Atelier Rembrandt van Rijn, De heilige familie bij avond, ca. 1642- ca. 1648, Rijksmuseum Amsterdam
Familieleven
De familie Roulin herinnerde Vincent aan het leven dat hij zes jaar eerder deelde met zijn toenmalige vriendin Sien Hoornik en haar twee kleine kinderen. Het versterkte Vincents wens om in Arles een thuis voor zichzelf te creëren.
Vincent had zich erbij neergelegd dat hij door zijn kunstenaarsbestaan een ongeschikte partner was voor een vrouw, maar hij had wel behoefte aan een zekere huiselijkheid. In Arles hoopte hij zijn huis te delen met een geestverwant, idealiter een schilder. Vandaar zijn uitnodiging aan Paul Gauguin om naar Arles te komen. In het Gele Huis zouden schilders leven 'als een familie'. Dat dit totaal anders uitpakte, raakte Vincent enorm.
Het eerste schilderij van La Berceuse stond nog op de ezel toen Van Gogh zijn inzinking kreeg na de ruzie met Gauguin. De spanningen tussen de twee liepen al weken op, maar het werken aan La Berceuse vroeg ook veel van Vincent. Het schilderij over moederschap moest warmte en troost uitstralen, terwijl dat in zijn eigen leven ontbrak.

Vincent van Gogh, Het Gele Huis (De straat), 1888
Vijf versies van La Berceuse
Nadat Vincent begin januari 1889 was ontslagen uit het ziekenhuis werkte hij in het Gele Huis alleen verder aan de eerste versie van La Berceuse. In de weken erna werd zijn leven opgeschud door berichten die zijn gevoel van eenzaamheid versterkten en zijn mentale weerbaarheid op de proef stelden.
Allereerst deelde Theo zijn plan om Jo Bonger ten huwelijk te vragen. Daarmee zou Vincents geliefde broer de eerste stap zetten naar een eigen familie. Naast Vincent zou Theo straks nóg iemand hebben om te onderhouden. Een paar dagen later hoorde Vincent dat Joseph Roulin, zijn steun en toeverlaat in Arles, was overgeplaatst naar Marseille. Hij zou binnen een paar dagen vertrekken.
Vincent liet zich niet uit het veld slaan en werkte gestaag door aan de nog onvoltooide Berceuse. Maar in afwezigheid van haar man wilde Augustine niet langer model zitten. Vincent moest het schilderij zonder haar voltooien.
‘Ik heb de Berceuse drie keer geschilderd, welnu, aangezien mevrouw Roulin het model is en ik maar de schilder ben, heb ik haar tussen de drie laten kiezen, haar en haar man, op voorwaarde echter dat ik van degene die ze zou nemen, nog een herhaling voor mijzelf zou maken, die ik op dit moment onder handen heb.’
Toen Augustine met de kinderen naar haar moeder verhuisde, een dorp verderop, nam ze de derde versie mee – Vincents bedankje voor het model zitten.
Vincent van Gogh, Augustine Roulin (La Berceuse), 1888-1889, olieverf op doek, 92 × 72,5 cm, Kröller-Müller Museum, Otterlo. Foto: Rik Klein Gotink © Collectie Kröller-Müller Museum, Otterlo
Vincent van Gogh, Augustine Roulin (La Berceuse), 1889, olieverf op doek, 92,7 × 73,8 cm, The Art Institute of Chicago, Helen Birch Bartlett Memorial Collection. Foto: The Art Institute of Chicago / Art Resource, NY
Vincent van Gogh, Augustine Roulin (La Berceuse), 1889, olieverf op doek, 92,7 × 73,7 cm, The Metropolitan Museum of Art, New York, The Walter H. and Leonore Annenberg Collection. Schenking van Walter H. en Leonore Annenberg, 1996, legaat van Walter H. Annenberg, 2002. Foto: © The Metropolitan Museum of Art / Image source: Art Resource, NY
Vincent van Gogh, Augustine Roulin (La Berceuse), 1889, olieverf op doek, 92 × 72,5 cm, Stedelijk Museum Amsterdam. Schenking van ir. V.W. van Gogh, Laren (NL)
Vincent van Gogh, Augustine Roulin (La Berceuse), 1889, olieverf op doek, 92,7 × 72,7 cm, Museum of Fine Arts, Boston. Legaat van John T. Spaulding. Foto © Museum of Fine Arts, Boston
Dankbaarheid
Vincents laatste maanden in Arles gingen gepaard met verschillende ups en downs. Steeds weer zocht hij houvast in het schilderen. Hij was van plan om de Berceuse te combineren met twee versies van Zonnebloemen, die het groene portret moesten versterken als ‘gele luiken’. Samen zouden de drie schilderijen dankbaarheid en troost uitstralen, iets waar Vincent zelf meer dan ooit behoefte aan had.
- Vincent van Gogh, Zonnebloemen, 1889, Van Gogh Museum, Amsterdam (Vincent van Gogh Foundation)
- Vincent van Gogh, Augustine Roulin (La Berceuse) 1888–89, Kröller-Müller Museum, Otterlo
- Vincent van Gogh, Zonnebloemen, 1889, Philadelphia Museum of Art
- Vincent van Gogh, briefschets aan Theo, mei 1889, Saint-Rémy-de-Provence
In de volgende aflevering
In de volgende aflevering staan de drie portretten centraal die Vincent maakte van Armand Roulin, de 17-jarige oudste zoon van Joseph en Augustine. In zijn portretten vereeuwigde Vincent de puber die op de drempel naar volwassenheid staat.
