De eerste twee portretten van Armand maakte Vincent in november 1888, vlak na elkaar. De werken zijn snel geschilderd, met grote kleurvlakken, sterke contouren en grove penseelstreken. Vooral het tweede portret lijkt spontaan geschilderd: op sommige plekken zie je nog kale stukken doek door het gele jasje heen. Alleen in de gezichten werkte Vincent details uit met kleinere verfstreken. Onderzoek met een microscoop toonde aan dat Vincent voor de twee portretten eerst een ondertekening in houtskool maakte. Mogelijk kon hij daarom zo snel de verf op het doek zetten.
Het lijkt erop dat Armand in de eerste twee portretten dezelfde kleding draagt, alleen het jasje heeft een andere kleur. Het is goed denkbaar dat Vincent het naar eigen inzicht felgeel heeft geschilderd, om een bepaald kleureffect in combinatie met de achtergrond te bereiken.
In het eerste portret van Armand paste Vincent ook al kleurcontrasten toe. Hoewel de strik om Armands hals nu wit lijkt, was deze oorspronkelijk meer roze van kleur – een subtiel contrast met de groene achtergrond. Vincent experimenteerde in het eerste portret met het afwisselend aanbrengen van transparante en dekkende verf. Zo is het borstzakje heel subtiel weergegeven. Het lijkt bijna ‘weggepoetst’, waardoor de aandacht van de kijker niet afgeleid wordt van Armands ingetogen blik.
Schilderen in de avond
Het derde portret van Armand verschilt sterk van de eerste twee. Het lijkt erop dat Vincent dit schilderij in de avond maakte bij gaslicht. Het schilderij vertoont veel overeenkomsten met het vierde portret van Armands vader, Joseph: ze hebben allebei dezelfde vlakke, felgele achtergrond en weinig details in de haren en in het gezicht. De snor van Armand is nu als een vlek weergegeven, en de afzonderlijke haartjes uit de eerdere portretten ontbreken. In het vierde portret van Joseph Roulin heeft Vincent op vergelijkbare manier de baard weergegeven.