Ervaar geel met Olafur Eliasson
Beleef de sensatie van de kleur geel via twee bijzondere installaties van kunstenaar Olafur Eliasson in de tentoonstelling. Wie is deze kunstenaar en waarom is geel belangrijk in zijn werk?
Ontdek 5x geel
Als je denkt aan Vincent van Gogh, dan denk je aan de kleur geel. Was geel ook zijn lievelingskleur? Misschien niet altijd, maar de kleur speelde een belangrijke rol toen hij in het Zuid-Franse Arles woonde.
Zijn bekendste gele werk is het schilderij Zonnebloemen, maar geel is ook sterk aanwezig in zijn landschappen en andere iconische werken die hij in het zonovergoten Arles maakte. Met al dat geel gaf hij het zuidelijke licht en het zuidelijke leven weer.
In juni 1888 beschreef hij het Zuid-Franse landschap als:
‘... tonen van goud van allerlei kleur, groengoud, geelgoud, rosgoud, dito brons, koper, enfin van citroengeel af tot de dofgele kleur van b.v. een hoop gedorst graan.’
Het schilderij Zonnebloemen zit vol warmte, bloei en levenslust, en tegelijkertijd verwijzen de uitgebloeide bloemen naar verval. Toch overstraalt het geel elk donker gevoel. Van Gogh gebruikte drie tinten chroomgeel en bouwde de kleur op in verschillende lagen, verfstreken en diktes. Hij gebruikte de gele verf niet alleen als kleur maar ook als tastbaar materiaal. Geel wordt zo het onderwerp zelf.
Vincent van Gogh, Zonnebloemen, 1889, Van Gogh Museum, Amsterdam (Vincent van Gogh Stichting)
Geel is van oudsher dé kleur om de zon en het zonlicht te verbeelden. Vincent van Gogh zocht in Zuid-Frankrijk naar het heldere licht en de warmte van de zon.
Hij schreef:
‘Een zon, een licht dat ik, bij gebrek aan beter, alleen maar geel kan noemen – bleekzwavelgeel, bleekcitroengeel, goud. Wat is geel toch mooi!’
In de 19de eeuw kwamen er allerlei nieuwe lichtbronnen bij, zoals het gaslicht en elektrisch licht. Ook binnen kon het stralend geel worden.
In dit schilderij zwoegt de maaier in de hitte van de zon. Van Gogh gebruikte voor die zinderende zon groengeel in de lucht, warme tinten geel voor het koren en lichtpaars als contrast voor de heuvels in de schaduw.
Vincent van Gogh, Korenveld met maaier, 1888, Van Gogh Museum Amsterdam (Vincent van Gogh Stichting)
Deze kamer zindert van een vreemde energie. Dat komt niet alleen door de wonderlijke figuren en de koe, maar ook door de overdadige gele en groene kleur. Chagall was net vanuit Rusland verhuisd naar Parijs en was onder de indruk van de stad vol felle lichten, kleuren en nieuwe kunst. Het (kunst)licht van die indrukken heeft hij mogelijk verwerkt in dit schilderij.
Marc Chagall, La chambre jaune (De gele kamer), 1911, Fondation Beyeler, Riehen/Bazel, Beyeler Collectie. Foto: Robert Bayer
Eind 19de eeuw stond de kleur geel voor alles wat modern, gedurfd en decadent was. Dit kwam door de Franse paperbacks met een gele omslag. Schrijvers als Emile Zola gaven in die boeken een realistisch beeld van het moderne leven.
Geel drong door in mode, interieur, reclame en de literatuur. Zoals een journalist schreef: ‘Het was de kleur van dat moment, het symbool van de tijdgeest.’
Van Gogh bracht met dit stilleven een ode aan de moderne Franse literatuur. Deze gele boekjes beschreven het echte, moderne leven – inclusief rauwe thema’s zoals prostitutie en alcoholisme.
Vincent van Gogh, Stapels Franse romans, 1887, Van Gogh Museum, Amsterdam (Vincent van Gogh Stichting)
Vrouwen die de gele boekjes lazen, werden door mannen gezien als onafhankelijk en rebels, en ook wel gevaarlijk. Op dit schilderij zie je een modieuze jonge vrouw die ligt bij te komen van een avondje uit. Ze heeft een geel boekje in haar hand: een Franse roman van Emile Zola of Joris-Karl Huysmans, of erger, een erotische roman in een anonieme gele omslag. Zoals de titel aangeeft, is de vrouw ‘decadent’: ze houdt van stijl, schoonheid en plezier, en zet zich af tegen burgerlijke fatsoensregels.
Ramon Casas, Decadente jonge vrouw (Na het bal), 1899, Museu de Montserrat, Barcelona, schenking Josep Sala Ardiz, 1980
Vincent van Gogh en zijn tijdgenoten gebruikten voor hun verf het natuurlijke okergeel, maar ook de nieuwere synthetische gele pigmenten: zinkgeel, cadmiumgeel en chroomgeel. Deze moderne kleuren waren fel en levendig. Hiermee lieten de kunstenaars hun werken stralen.
Van Goghs favoriet was chroomgeel, dat in drie variaties te krijgen was: lichtgeel (ook wel citroengeel), een dieper geel en een meer oranjegele variant. Helaas was de intensiteit van deze kleur niet blijvend: chroomgeel verkleurt en wordt donkerder met de tijd.
Pigmenten zijn heel kleine, onoplosbare korrels die kleur geven. Om er verf van te maken worden ze gemengd met een bindmiddel zoals lijnolie of eigeel. Chroomgeel was Van Goghs favoriete geel; het was heel helder en dekkend. Het oudst bestaande gele pigment is gele oker, dat als mineraal in de grond zit.
Op de foto zie je potjes met elk een andere kleur geel pigmentpoeder uit de Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (foto: Heleen van Driel).
Korte, losse penseelstreken in verschillende tinten geel geven dit schilderij ritme en energie. Van Gogh schilderde zelfs de lijst geel. Hij gebruikte vooral chroomgeel, soms gemengd met zinkgeel.
Vincent van Gogh, Kweeperen, citroenen, peren en druiven, 1887, Van Gogh Museum, Amsterdam (Vincent van Gogh Stichting)
Rond 1900 gebruikten kunstenaars kleur om er emoties, gedachten of ideeën mee te uiten. Voor hun kleursymboliek grepen ze vaak terug op christelijke tradities, theosofie of de ideeën van Johann von Goethe.
Zo werd geel geassocieerd met de lente en Pasen, met goddelijk licht en nieuw leven. Vincent van Gogh hanteerde geen vaste betekenis van geel, maar verbond deze aan een emotie die hij in een specifiek schilderij wilde uitdrukken.
Van Gogh gebruikte voor dit schilderij een zwart-wit prent van een schilderij van Rembrandt. Daarbij liet hij de hoofdfiguur Christus weg. Hij legde de focus op Lazarus, zijn zussen en een grote, opkomende zon. Niet Christus, maar de kracht van de zon brengt de dode man weer tot leven. Lazarus lijkt met zijn rode baard op Van Gogh zelf, die op dat moment in een psychiatrische instelling verbleef.
Vincent van Gogh, De opwekking van Lazarus (naar Rembrandt), 1890, Van Gogh Museum, Amsterdam (Vincent van Gogh Stichting)
Voor de Zwitserse kunstenaar Cuno Amiet (1868-1961) stond geel voor de lente, nieuw leven en de uitbundigheid van de natuur. De felle kleuren lijken onnatuurlijk, maar komen voort uit eerder, realistischer werk met weiden vol gele paardenbloemen. Hier vereenvoudigde Amiet dat tot effen kleurvlakken zonder details.
Cuno Amiet, De gele heuvel, 1903, Kunstmuseum Solothurn, Dübi-Müller-Stiftung. Foto ©Kunstmuseum Solothurn/David Aebi
Kleur was volgens Wassily Kandinsky (1866-1944) het middel bij uitstek om de ziel van de kijker aan te spreken, te laten ‘vibreren’ zoals hij dat noemde. Geel en blauw waren belangrijke tegenpolen: de een aards en actief, de ander spiritueel en diepgaand. In dit schilderij gebruikte hij kleurcontrasten en onverwachte kleuren. Daarmee wilde hij de kijker uitdagen om de verborgen spirituele werkelijkheid te ontdekken.
Wassily Kandinsky, Grote studie, 1914, Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam




