In de laatste twee jaar van zijn leven was Vincent al bekend onder de avant-garde en was zijn werk te zien op tentoonstellingen in Parijs en Brussel. Na Vincents dood wilde Theo niets liever dan zijn broers werk meer bekendheid verlenen, maar hij overleed zelf een half jaar later.
Daarna heeft Theo's weduwe, Jo van Gogh-Bonger, die taak op zich genomen. Ze verkocht een deel van Vincents werken, leende ze uit voor exposities en – ook heel belangrijk – publiceerde zijn brieven aan Theo.
Mede door zijn intense levensverhaal veroverde Van Goghs werk langzaam de hele wereld. Zonder Jo's toewijding was dat nooit gelukt.
