Voor James McNeill Whistler waren muziek en schilderkunst nauw met elkaar verbonden. Niet alleen liet hij zich door muziek inspireren, hij nam ook bewust muzikale termen over in de titels van zijn schilderijen. Compositie, symfonie, harmonie en nocturne werden woorden waarmee hij zijn kunst een muzikale lading gaf.
Whistler zag een schilderij als een compositie. Net zoals een muziekstuk ontstaat uit de samenklank van tonen, ontstaat een schilderij uit de samenhang van kleuren, vormen en lijnen. Het onderwerp was daarbij niet het belangrijkste. Het ging hem om de harmonie van het geheel.
‘Zoals muziek de poëzie van het gehoor is, zo is schilderkunst de poëzie van het oog, en het onderwerp heeft niets te maken met de harmonie van klank of kleur.’
Een nacht in verf
Een van Whistlers favoriete muzikale termen was nocturne: een muziekstuk dat de dromerige sfeer van de nacht oproept. Hij gebruikte het woord voor zijn schilderijen van nachtelijke landschappen en stadsgezichten. Daarmee benadrukte hij niet zozeer wat er was afgebeeld, maar vooral de sfeer, kleuren en tonaliteit van het werk.
Van Chopin tot Debussy
Whistlers muzikale inspiratie kwam onder meer van componisten als Frédéric Chopin, Ludwig van Beethoven en Franz Schubert. Maar de invloed ging ook de andere kant op. Componist Claude Debussy liet zich in zijn muziekstukken inspireren door Whistlers Nocturnes.
Zo ontstond een bijzondere wisselwerking: muziek inspireerde Whistler, en zijn schilderkunst inspireerde op haar beurt nieuwe muziek.
Luister zelf
Bij deze tentoonstelling hoort een afspeellijst met muziek die verbonden is met Whistler en zijn kunst. Luister en ontdek welke klanken accorderen met zijn schilderijen.
