In de winter van 1886-87 kocht Vincent van Gogh in korte tijd 660 houtsneden bij de Parijse kunsthandelaar Siegfried Bing. Op de zolder van zijn galerie kon Van Gogh scharrelen in duizenden Japanse prenten. Ze waren bij Bing te koop voor lage prijzen.
Van Gogh schafte niet de bekendste en duurste werken aan. Hij koos voor prenten met felle kleuren en aantrekkelijke onderwerpen, zoals geisha’s in kimono’s en exotische landschappen.
Japan als voorbeeld
Vincent van Gogh kocht de Japanse houtsneden waarschijnlijk in een opwelling. Hij wilde met de prenten gaan handelen. Dit kwam nooit van de grond. In de loop van 1887 ging hij ze beter bestuderen.
In de herfst maakte hij drie geschilderde kopieën naar prenten uit zijn collectie. Ook gebruikte hij de prenten als achtergrond in (zelf)portretten. De kunst van de toekomst moest volgens Van Gogh kleurrijk en vrolijk zijn, net als de Japanse prentkunst.







