Geschiedenis van de collectie


Het Van Gogh Museum werd geopend in 1973. Het gebouw, ontworpen door de architect Gerrit Rietveld, huisvest de grootste collectie werken van Vincent van Gogh ter wereld. De verzameling bevat ruim 200 schilderijen, 500 tekeningen en 750 brieven van de kunstenaar, alsmede diens verzameling Japanse prenten.



Jo

De collectie was oorspronkelijk in bezit van Theo van Gogh (1857-1891), Vincents jongere broer. Bij Theo's dood ging de verzameling over in handen van zijn weduwe, Johanna van Gogh-Bonger (1862-1925). Zij verkocht een aantal werken, maar hield een ensemble bijeen dat representatief is voor Van Goghs oeuvre. Na haar overlijden kwamen de kunstwerken in bezit van haar zoon, Vincent Willem van Gogh (1890-1978). Op initiatief van de Nederlandse Staat droeg hij de collectie in 1962 over aan de Vincent van Gogh Stichting. Als permanent bruikleen vormen zij de kern van de verzameling van het Van Gogh Museum. Daarnaast bezit het museum een omvangrijke collectie werk van andere 19de-eeuwse kunstenaars: tijdgenoten en vrienden van Van Gogh waaronder Paul Gauguin en Henri de Toulouse-Lautrec, maar ook oudere meesters die hij bewonderde, zoals Léon Lhermitte en Jean-François Millet. Een groot deel van deze werken was bijeengebracht door de broers Van Gogh. Het museum heeft deze verzameling verder uitgebreid door middel van aankopen en door bruiklenen van andere culturele instellingen.

Financiering nieuwe aankopen

Het Van Gogh Museum ontvangt jaarlijks een bijdrage van de overheid, die onder meer wordt gebruikt voor het organiseren van tentoonstellingen en voor de bedrijfsvoering van het museum. Bovendien heeft het museum inkomsten uit de kaartverkoop en de museumwinkel. De winst van de museumwinkel en de online shop wordt geheel besteed aan het verwerven van nieuwe kunstwerken voor de vaste collectie. Voor het uitbreiden van de verzameling is het museum ook in sterke mate afhankelijk van andere inkomsten, zoals begunstiging en sponsoring. In de afgelopen jaren heeft het museum een aantal heel bijzondere kunstwerken kunnen verwerven door financiële steun van onder andere de Vincent van Gogh Stichting, het Prins Bernhard Fonds, de Vereniging Rembrandt en het Nationaal Fonds Kunstbezit. Daarnaast is het Van Gogh Museum sinds 1998 (naast het Rijksmuseum, het Kröller Müller Museum en het Mauritshuis) een beneficiant van de BankGiro Loterij. Jaarlijks ontvangt het Van Gogh Museum uit de opbrengst van de BankGiro Loterij een substantiële bijdrage bestemd voor aankopen. Dit stelde het museum onder meer in staat om topwerken zoals Van Dongens Portet van Guus Preitinger en twee werken uit de Nederlandse tijd van Monet te verwerven.

Copyright 2005-2014 - Van Gogh Museum | Colofon | Disclaimer | Links