Van Goghs literaire bronnen

"Ik ben een man van hartstochten (...). Om bijvoorbeeld een van die hartstochten te noemen, ik heb een min of meer onweerstaanbare passie voor boeken en de behoefte me voortdurend te vormen, te studeren als je wilt, net zoals ik de behoefte heb om brood te eten. Jij zult dat begrijpen."
Vincent van Gogh aan Theo, Cuesmes, Borinage (België), omstr. 22-24 juni 1880, brief 154/133.

Vincent van Gogh had een grote passie voor boeken en in de correspondentie met zijn broer Theo en met zijn collega's Anthon van Rappard en Emile Bernard verwijst hij er veelvuldig naar. Literatuur is een van de belangrijkste bronnen voor Van Goghs intellectuele en artistieke ontwikkeling geweest. Hij trok er levenslessen uit, zocht er verantwoording of bevestiging in voor de keuzes die hij maakte en soms putte hij troost uit de boeken die hij las. Verscheidene boeken werden gebruikt als studiemateriaal of als bron van inspiratie voor zijn eigen werk. 

Voor een goed begrip van zijn werk is bestudering van de literaire bronnen van Van Gogh noodzakelijk. Het Van Gogh Museum doet al jaren onderzoek naar de brieven van Vincent van Gogh. Hierin verwijst hij meer dan 800 keer naar literair werk van ruim 150 auteurs. Van die verwijzingen is een bibliografie samengesteld en aan de hand van deze lijst is Vincents boekerij gereconstrueerd. De boeken en tijdschriften die hij noemt kunnen nu in de bibliotheek van het Van Gogh Museum worden geraadpleegd. Hieronder een selectie uit die bronnen.

boek Jules Michelet

Jules Michelet, L'amour, Paris 1858

"Niet ik doch Vader Michelet zegt tot alle jonge mannen als gij en ik: "Il faut qu'une femme souffle sur toi pour que tu sois homme. Elle a soufflé sur moi mon chèr! Comment-ça? Puisque par trois fois elle m'a répondu "jamais". Voilà, mon cher, une de leurs manières de souffler sur un monstre et voilà le monstre qui se transforme en homme! Pour l'amour d'elle! Elle et non point une autre! As-tu compris, mon cher?"
Vincent van Gogh aan Theo, Etten 8 of 9 november 1881, brief 179/155.

Van Gogh las graag boeken waaraan hij zich kon spiegelen, Jules Michelet was één van zijn favoriete auteurs. Deze "Vader Michelet" zoals Vincent hem noemde, komt regelmatig voor in zijn correspondentie, met name in verband met zijn liefdesgeschiedenissen. Zo wordt hij in 1881 hevig verliefd op zijn nicht Kee Vos, maar zij moet niets van hem hebben en wijst hem resoluut af. De jonge kunstenaar volhardde echter in zijn liefde en koos zorgvuldig citaten uit Michelet's L'amour om zijn argumenten kracht bij te zetten.

illustratie in the Graphic 12 feb 1876

The Graphic, 12 februari 1876,
illustratie W.B. Murray, Market gardening - a winter's journey to Covent Garden

"Bladen als deze vormen m.i. te zamen voor een artiest een soort bijbel, waar hij nu en dan eens in leest om zich te stemmen."
Vincent van Gogh aan Anton van Rappard, Den Haag ca. 10 februari 1883, brief 313/R25.

Van Gogh raakte als jonge kunstenaar gefascineerd door illustraties in Engelse en Franse tijdschriften, die hij gebruikte als studiemateriaal en inspiratiebron. Het Van Gogh Museum beheert een collectie van meer dan 1500 prenten, bijeengebracht door Vincent en Theo. De meeste hiervan zijn afkomstig uit The Graphic, The Illustrated London News, Punch en L'Illustration. Met name de Engelse illustraties waren bij Vincent geliefd, vooral vanwege het sociaal-realisme dat hij hierin vond.

schets in brief 395-330 aan Theo

Schets in brief 395/330 aan Theo,
Drenthe ca. 3 oktober 1883

In oktober 1883 reisde Van Gogh per trekschuit door Drenthe. Op 3 oktober zond hij Theo een getekend verslag hiervan, waarbij hij zich liet inspireren door reportage-illustraties uit The Graphic.

Statenbijbel

Statenbijbel

Deze bijbel, oorspronkelijk uit het bezit van Vincents vader, dominee Theodorus van Gogh, is een negentiende-eeuwse herdruk van de door Jacob en Pieter Keur uitgegeven Statenbijbel uit 1714. De schilder beeldde dit exemplaar af in zijn Stilleven met Bijbel uit 1885. Door een breuk in de rug valt de bijbel nog steeds open op Jesaja 53, precies op de plek waarop de bijbel in het schilderij opengeslagen ligt. De bijbel van Vincents vader dook in de jaren tachtig van de vorige eeuw op bij de  Remonstrantse Gemeente in Leiden. De herkomst kon worden achterhaald door middel van de handgeschreven annotatie voorin: "Ths. van Gogh laatst predikant te Nuenen 1885."

boek Emile Zola

Emile Zola, La joie de vivre, Paris 1884

"(...) indien men waarheid wil, het leven zoals het is, b.v. De Goncourt in Germinie Lacerteux, La fille Elisa, Zola in La joie de vivre en L'assommoir, en zoveel andere meesterwerken, schilderen 't leven zoals we 't zelf voelen en voldoen dus aan die behoefte die we hebben, dat men ons waarheid spreke."
Vincent van Gogh aan zijn zus Wil, eind oktober 1887, brief 576/W1.

Een goedkope editie van Emile Zola's La joie de vivre werd eveneens door Vincent afgebeeld op het schilderij Stilleven met Bijbel. De inhoud van het boek is minder luchtig dan de titel doet vermoeden: de roman beschrijft het leven van een bekrompen, burgerlijke familie die een wees geworden nichtje haar erfenis afhandig maakt. In het schilderij symboliseert de naturalistische roman de moderne literatuur, die Van Gogh tegenover de in zijn ogen gedateerde bijbelteksten plaatste.

boek Edmond de Goncourt

Edmond de Goncourt, Chérie, Paris 1884

"Hebt gij de bewuste inleiding van Chérie van De Goncourt gelezen? De massa werk die die lui afgedaan hebben, is iets kolossaals als men 't nagaat. Het is zulk een lumineus idee, het gemeenschappelijk werken en denken. En ik vind dagelijks bewijzen voor de stelling dat een grote reden van veel misères onder de artiesten gelegen is in hun onderlinge verdeeldheid, in het niet samenwerken, in het niet goed zijn voor elkaar, maar vals. En als wij nu verstandiger werden in dat opzicht, twijfel ik geen ogenblik of binnen een jaar tijd waren we op een betere weg en gelukkiger.
Vincent van Gogh aan Theo, Antwerpen, 14 februari 1886, brief 564/453.

De roman Chérie van Edmond de Goncourt, waarin Van Gogh op de titelpagina zijn naam in rood potlood schreef, had een bijzondere betekenis voor de kunstenaar. Meer speciaal het voorwoord waarin Edmond de Goncourt zijn goede relatie met zijn broer Jules beschrijft. Uit zijn brieven blijkt dat Van Gogh was getroffen door de parallellen in de verhouding tussen de gebroeders De Goncourt en die van hemzelf met Theo. Hij beschouwde het als een goed voorbeeld voor de toekomstige samenwerking met zijn broer. Van Gogh had op dat moment serieuze plannen om naar Parijs te vertrekken en bij Theo, die daar in de kunsthandel Goupil werkte, in te trekken. In maart 1886 voegde hij de daad bij het woord en vertrok naar Parijs.

omslag Paris Illustré

Titelpagina van de Paris Illustré "Le Japon" jrg. 4, mei 1886, nr. 45-46

Deze aflevering van het Franse tijdschrift Paris Illustré is geheel gewijd aan Japan. In de tekst van Tadamasa Hayashi, een Japanse auteur die in Parijs leefde, wordt de historie van Japan beschreven, het klimaat, de gebruiken, het onderwijs, de religie, de beeldende kunsten en het karakter van de Japanners. Van Gogh, die al in Antwerpen kennis had gemaakt met de Japanse prentkunst, gebruikte de afbeelding op de omslag als inspiratiebron voor zijn schilderij De Courtisane. De omslagillustratie is naar een prent van Kesai Eisen, de afbeelding is een gespiegelde weergave van de originele houtsnede.

Alphonse Daudet, Tartarin de Tarascon

Alphonse Daudet, Tartarin de Tarascon, Paris 1887

"Ik houd me op het ogenblik nog heel koest en erg rustig, want ik moet eerst herstellen van een maagaandoening die mij ten deel is gevallen; maar daarna zal ik flink van me moeten laten horen, want ik wil delen in de roem van de onsterflijke Tartarin de Tarascon."
Vincent van Gogh aan de schilder Emile Bernard, Arles 19 april 1888, brief 601/B4.

Nadat Van Gogh zich in februari 1888 in het Zuid-Franse Arles had gevestigd, verschoof zijn belangstelling naar luchtiger literatuur en genoot hij vooral van het werk van Alphonse Daudet die uit deze streek afkomstig was. Hij las onder andere Tartarin de Tarascon, Daudets satire op de mentaliteit van de zuidelijke Fransman. Dit humoristische boek sterkte Van Gogh en hij putte er troost uit.

Pierre Loti (pseudoniem van Louis Marie Julien Viaud), Madame Chrysanthème, Paris 1888

In Arles las Van Gogh het boek Madame Chrysanthème van Pierre Loti, een roman over Japanse gebruiken en gewoonten. Hoogstwaarschijnlijk kende hij de geïllustreerde editie met prenten naar tekeningen en aquarellen van Rossi en Myrbach. De titelpagina waarop een jonge Japanse vrouw is te zien, inspireerde hem mogelijk voor zijn portret van een jonge Provençaalse, La Mousmé National Gallery of Art, Washington). Een moesmé is een meisje of jonge vrouw. Ook kan hij in Loti's boek, waarin verschillende Japanse priesters (bonze) figureren, inspiratie hebben gevonden om zichzelf te portretteren in zijn Zelfportret als bonze (Fogg Art Museum, Cambridge, MA).

De literaire bronnen van Van Gogh zijn te raadplegen in de museumbibliotheek, met uitzondering van de Statenbijbel van Ds. Th. van Gogh en Chérie uit het bezit van Vincent.

Zoek voor de literaire bronnen op het trefwoord "Literatuur (door van Gogh gelezen)"

 

Literatuur

Leo Jansen, "Literatuur als leidraad : Vincent van Gogh als lezer", Literatuur. Magazine over Nederlandse letterkunde jrg. 20 (2003) nr. 1, pp. 20-26.

Hans Luijten, "Scharrelen in de houtsneden - Vincent van Gogh en de prentkunst", De keuze van Vincent. Van Goghs Musée imaginaire, Amsterdam 2003, pp. 99-112.

Fieke Pabst en Evert van Uitert, "A literary life, with a list of books and periodicals read by Van Gogh', The Rijksmuseum Vincent van Gogh, Amsterdam 1987, pp. 68-84.

Judy Sund, True to temperament : Van Gogh and french naturalist literature, Cambridge 1992.

Louis van Tilborgh, "A kind of Bible": the collection of prints and illustrations", The Rijksmuseum Vincent van Gogh, Amsterdam 1987, pp. 38-44.

Wouter van der Veen, "Een bevlogen lezer - Van Gogh en de literatuur", De keuze van Vincent. Van Goghs Musée imaginaire, Amsterdam 2003, pp. 49-60.

Wouter van der Veen, "From Michelet to Gauguin: Van Gogh's literary mind", Van Gogh Museum Journal 2003, pp. 88-97.

Copyright 2005-2014 - Van Gogh Museum | Colofon | Disclaimer | Links