Gezicht op de Prins Hendrikkade en de Kromme Waal te Amsterdam, 1874

Claude Monet (1840-1926)

  • Olieverf op doek, 50 x 68 cm
  • Van Gogh Museum, Amsterdam*

Vanuit een boot op het Amsterdamse IJ schilderde Monet de kop van de Prins Hendrikkade, toen Kamperhoofd geheten. Links is de Kromme Waal te zien, met de Waalseilandsgracht waar boten konden aanmeren. Met kleine verftoetsjes bracht Monet het kabbelende water in beeld, waarin de lucht, de kade en de boten weerspiegelen. De huizen van de Kromme Waal vormen een grijze skyline op de achtergrond. De gevels van het Kamperhoofd gaf hij met meer details weer.

Toch gaat het in deze vlotgeschilderde impressie niet om een realistische weergave van de locatie, maar om een indruk van licht en atmosfeer, kenmerkend voor het Impressionisme. Om dit te bereiken werkte Monet met losse verfstreken en lichte kleuren, waarvan het effect vooral op een afstand zichtbaar wordt.

*Van Gogh Museum, Amsterdam, verworven met financiële steun van de BankGiro Loterij, de Stichting Nationaal Fonds Kunstbezit (met bijdragen van Philips Electronics, Shell, Unilever, ABN AMRO, ING, Fortis en Heineken), de Vereniging Rembrandt, mede dankzij het Prins Bernhard Cultuurfonds en een gift van VNU, het Ministerie van OCenW, de Mondriaan Stichting, het VSB Fonds en de Vincent van Gogh Stichting.

Meer informatie over "Gezicht op de Prins Hendrikkade en de Kromme Waal te Amsterdam"

Souvenirs

Monet schilderde deze studie tijdens zijn tweede bezoek aan Nederland. In het begin van 1874 verbleef hij vermoedelijk een paar maanden in de hoofdstad. De Amsterdamse studies zijn alle gemaakt in de omgeving van het IJ. Interessant is, dat de plekjes die Monet in beeld bracht, vrijwel exact overeenkomen met die op eigentijdse ‘souvenirkaarten’, afbeeldingen van bekende plaatsen in in ets, litho of fotografie: de Groenburgwal met de Zuiderkerk, de Oude Schans met de Montelbaanstoren en de Binnen-Amstel met de Munt. Het is niet ondenkbaar dat voor Monet naast artistieke ook economische motieven een rol speelden bij het schilderen van deze locaties.

Toerist

De buitenlandse belangstelling voor Nederland was in de 19de eeuw vooral in Frankrijk opmerkelijk. In de periode 1840-1890 reisden veel Franse kunstenaars naar het land van de oude meesters. Uit eigentijdse reisgidsen blijkt duidelijk wat Nederland zo aantrekkelijk maakte: naast de musea in de steden, waar schilderijen uit de 17de eeuw te zien waren, vormden windmolens, bloembollenvelden en schilderachtige dorpen als Broek in Waterland en Zaandam favoriete attracties. Ook Amsterdam werd tegen 1870 een populaire toeristische trekpleister.

Monet was in dit opzicht een voorbeeldige toerist: hij bezocht in 1871 Zaandam, waar hij onder meer windmolens schilderde, in Amsterdam legde hij meer dan 12 impressies vast en bij zijn laatste bezoek in 1886 stortte hij zich enthousiast op de bloembollenvelden rond Leiden.

Copyright 2005-2014 - Van Gogh Museum | Colofon | Disclaimer | Links