Irissen, 1890

Vincent van Gogh (1853-1890)

  • Olieverf op doek, 92 x 73.5 cm
  • Van Gogh Museum, Amsterdam
    (Vincent van Gogh Stichting)
  • F 678

Van Gogh verbleef in 1889 en 1890 in een psychiatrisch ziekenhuis in het Zuid-Franse Saint-Rémy. Hij werkte er hard en zocht zijn onderwerpen veelal in de natuur. Na een crisisperiode die in april 1890 tot een einde kwam, stortte Van Gogh zich op de productie van enkele bloemstillevens. Hij schilderde rozen en twee doeken met grote boeketten paarse irissen. Het ene boeket plaatste hij tegen een roze achtergrond, ‘het andere paarse boeket (oplopend tot zuiver karmijn en pruisisch-blauw) dat afsteekt tegen een felle citroengele achtergrond met andere gele tinten in de vaas & het voetstuk waar hij op staat, is daarentegen een effect van enorm uiteenlopende complementaire kleuren die elkaar door hun tegenstelling sterker doen uitkomen’, schreef hij in een brief aan zijn broer Theo.

Meer informatie over "Irissen"

Irissen in het veld

Al eerder was Van Gogh geboeid door de felle, paarse irissen, die ook bloeiden in de velden rondom Arles, waar hij in 1888 woonde en werkte. In een gezicht op Arles is op de voorgrond een bed met deze bloemen te zien, die - net als in het latere stilleven - sterk contrasteren met de gele vlakken. Van Gogh was verrukt over de combinatie van kleuren en het stadje dat werd omringd door de bloemen.

Veel verf

Door het ruime gebruik van verf hadden de doeken volgens Van Gogh wel een maand nodig om te drogen. Om die reden kon hij ze niet mee nemen toen hij twee weken later het hospitaal verruilde voor een kort verblijf in Parijs. Een bediende zou hem zijn schilderijen nazenden. Vijf weken later schreef Van Gogh inderdaad aan zijn broer Theo: ‘De doeken van ginds zijn aangekomen. De irissen zijn goed droog.’

Copyright 2005-2014 - Van Gogh Museum | Colofon | Disclaimer | Links