Het boerenleven bij avond: De aardappeleters

Vincent van Gogh (1853-1890), De aardappeleters, 1885, Van Gogh Museum, Amsterdam (Vincent van Gogh Stichting)

De aardappeleters (1885) was voor Van Gogh een meesterproef. Hij wilde met de moeilijke compositie bewijzen dat hij op weg was een goede figuurschilder te worden. Bovendien koos hij voor een avondscène, waarmee hij voor een aantal technische uitdagingen stond zoals licht-donker contrasten en het werken met kleuren die donker waren maar toch hun kracht hielden.

Bekijk vergroting

Nacht: geborgenheid
De thematiek van de geborgenheid van de avond en nacht speelt een belangrijke rol in De aardappeleters. Het waren de uren na de arbeid en bekommernissen van de dag, de tijdstippen die zich leenden voor familieleven en die een rustpunt vormden in het zware bestaan. Teruggetrokken in hun hut, door Van Gogh ook wel ‘mensennest’ genoemd, nuttigt de boerenfamilie een eenvoudige maaltijd, die zij waarschijnlijk met hun eigen handen uit de grond hebben gehaald.

Kleurexperiment
De olielamp is de enige lichtbron in het donkere vertrek en het oranjegele schijnsel verlicht de figuren en voorwerpen eromheen. Hoewel De aardappelpeters een heel donker schilderij is, was het bovenal een kleurexperiment. Van Gogh mengde complementaire kleuren, zoals oranje en blauw om zo ‘levendiger’ grijstinten te krijgen, dan wanneer hij de kleuren zou dempen met zwart.

In een brief aan Theo, uit begin mei 1885, schreef Van Gogh het volgende over zijn kleurgebruik:

‘Het [schilderij] is zeer donker echter en in het wit b.v. is haast niet eens wit gebruikt, doch eenvoudig de neutrale kleur, die ontstaat als men rood, blauw, geel dooreen mengt, b.v. vermiljoen, Parijs - blauw en Napels -geel. Die kleur is dus op zichzelf een vrij donker grijs, maar doet wit in ’t schilderij. Ik zal u zeggen waarom ik dat doe. Hier is ’t motief een grijs interieur, verlicht door een lampje. ’t Grauw linnen tafelkleed, de berookte muur, de stoffige mutsen waar de vrouwen mee op 't land gewerkt hebben – dat alles wanneer men door de haren van de ogen ziet blijkt bij ’t licht der lamp zeer donker grauw te zijn, en de lamp, ofschoon geel-ros schijnsel zijnde, lichter nog – en heel wat – dan ’t wit in kwestie.)’

Copyright 2005-2014 - Van Gogh Museum | Colofon | Disclaimer | Links