Ella Hendriks
hoofdrestaurator Van Gogh Museum

De eerste keer dat ik bewust kennismaakte met De Slaapkamer, was toen ik het restauratiedossier over dit doek in handen kreeg. Dat was in 1999; ik was toen net aangesteld als hoofdrestaurator van het Van Gogh Museum. Uit het dossier bleek dat het met de conditie van het schilderij niet zo goed gesteld was. Mijn voorgangers adviseerden het werk te restaureren. Als kunsthistoricus en restaurator heb ik me gespecialiseerd in historische schildersmaterialen en –technieken. Het was duidelijk dat ik meer kennis moest verwerven over de specifieke atelierpraktijk van Van Gogh en zijn tijdgenoten. Van Gogh experimenteerde zeer uitvoerig met verf, dragers en schildertechnieken, en ook over de atelierpraktijk van zijn 19de-eeuwse collega’s valt nog veel nieuws te ontdekken. Daarom werken mijn collega’s en ik aan het project Van Goghs atelierpraktijk. De uitkomsten van dit onderzoek stellen mij in staat nóg beter voor de collectie van het museum te zorgen. En het helpt me bij de behandeling van dit prachtige schilderij. Ik verheug me zeer op deze restauratie. Als ik klaar ben, kunnen weer ontelbare mensen van het schilderij genieten, net als ik!

 

Fleur Roos Rosa de Carvalho
assistent-conservator Van Gogh Museum
Fleur Roos Rosa de Carvalho
In hoeveel onpersoonlijke hotelkamers over de wereld zou er een reproductie van Van Goghs Slaapkamer hangen? Hoeveel mensen zouden er elke dag hun glazen op zetten, of hun muis overheen bewegen? Iconen als De Slaapkamer zijn zo vaak afgebeeld, dat een zekere vermoeidheid kan toeslaan. Sta je eindelijk oog in oog met het echte werk, dan kan het gebeuren dat je nog wel kijkt, maar niet meer ziet.

Ik heb daar bij De Slaapkamer zelf behoorlijk last van gehad, maar dat veranderde toen ik op een ochtend voor openingstijd alleen aan het werk was in de verlaten museumzalen. Er hing een gewijde stilte en ik nam de tijd om het werk eens rustig in me op te nemen. Langzaam maar zeker lukte het me om de oorspronkelijke verwondering te voelen die ik had toen ik als klein meisje De Slaapkamer voor het eerst zag.

Het mooie aan mijn vak als kunsthistoricus is dat deze oorspronkelijke verwondering nooit echt verdwijnt. Het is zelfs mijn drijfveer om me te verdiepen in de werelden die achter het werk liggen: het leven van de kunstenaar, zijn ideeën over kunst, het ontstaansproces van een werk en de artistieke en culturele context waar het uit voortkomt. Hoe meer je te weten komt over een kunstwerk, des te meer gaat het voor je leven. Daarom zal ik de komende maanden proberen jullie iets mee te geven van al die verhalen die rond een rijk meesterwerk als De Slaapkamer te vertellen zijn.

 

Axel Rüger
directeur Van Gogh Museum
Axel Rüger
Axel Rüger is in 2006 aangesteld als directeur van het Van Gogh Museum in Amsterdam. Hij is geboren in Dortmund, Duitsland, in 1968. Hij studeerde kunstgeschiedenis in Berlijn aan de Freie Universität, bij Cambridge University (Verenigd Koninkrijk) en aan de Queen’s University, Kingston, Ontario, Canada, waar hij begonnen is met zijn Ph.D. Hij verwacht zijn promotie af te ronden aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Rüger was werkzaam in diverse musea in Atlanta, Detroit en Washington voor hij in 1999 werd aangesteld als conservator Nederlandse schilderkunst 1600-1800 bij de National Gallery te Londen. Voor de National Gallery maakte hij twee internationale tentoonstellingen: Vermeer and the Delft School (2001) i.s.m. het Metropolitan Museum of Art in New York en Aelbert Cuyp (2002) i.s.m. de National Gallery of Art te Washington. Hij droeg bij aan de catalogi van deze exposities en publiceerde en gaf lezingen over diverse aspecten van de 17de-eeuwse Nederlandse kunst.

 

Muriel Geldof
onderzoeker ICN

De materialen en technieken die Van Gogh gebruikte in zijn schilderijen onderzoek ik sinds 2000. In dat jaar ben ik namelijk gaan werken als onderzoeker bij het Instituut Collectie Nederland (ICN). Eén van de twee grote projecten waar ik gelijk aan kon beginnen was het onderzoek voor de Van Gogh schilderijencatalogus. Voor dat project heb ik monsters onderzocht van álle schilderijen die Van Gogh in Antwerpen en Parijs gemaakt heeft en die zich in de collectie van het Van Gogh Museum bevinden. Dat zijn er ongeveer honderd, waaronder ook De slaapkamer. De resultaten van mijn onderzoek naar de verfmonsters van dit schilderij, gaven restaurator Ella Hendriks een groot deel van de informatie die zij nodig had om aan de restauratie te kunnen beginnen.

Voordat ik bij het ICN in dienst kwam heb ik twee jaar gewerkt binnen het MolArt-project bij het FOM-AMOLF in Amsterdam. Daar was ik werkzaam als FTIR- en optische microscopist en op het vlak van de infraroodreflectografie. Een jaar eerder ben ik afgestudeerd in Scheikunde aan de Universiteit van Amsterdam.

 

Leo Jansen
conservator Van Gogh Museum

Little did I know… In 1990, het jaar waarin de honderdste sterfdag van Van Gogh in ons hele land uitbundig werd herdacht, opende op 30 maart in het Van Gogh Museum – na veel voorafgaande opwinding en met gespannen verwachtingen – een legendarische overzichtstentoonstelling. Ik werkte toen ‘in de literatuur’ en was in de kunst niet meer dan een (zeer) geïnteresseerde leek. De tentoonstelling bevatte spectaculaire bruiklenen uit de hele wereld en nog nooit was het mogelijk om van zoveel schilderijen van Van Gogh meerdere versies bij elkaar te zien: de Berceuse, de Bloeiende perzikboom, de Arlésienne en maar liefst alledrie de versies van De slaapkamer.

Vergelijken leert kijken. Bij De slaapkamer vielen de kleurverschillen op, het verschil in de schilderijtjes die boven het bed hangen, en het verschil in detaillering van de spulletjes op de toilettafel. Op versie uit Musée d’Orsay, de kleinste van de drie, ontbreekt het hoekje bovenin waarmee in de andere versies het plafond wordt aangeduid en dat je doet voelen hoe laag het toch al kleine kamertje is. Ik kon toen niet vermoeden dat ik ruim vier jaar later in dit museum zou gaan werken om Van Goghs brieven mee uit te geven, en nog minder dat ik weer veel later, als conservator, opnieuw intensief naar De slaapkamer zou mogen kijken, soms zelfs van microscopische afstand. Hoe je De slaapkamer ook bekijkt, het blijft boeiend. En het laatste woord is er nog niet over gezegd…

 

Roy Berns
professor in de kleurwetenschap
Rochester Institute of Technology

Ik ben professor in de kleurwetenschap aan het Rochester Institute of Technology in de Verenigde Staten. Mijn eerste ontmoeting met Van Gogh was tijdens een sabbatical, in de National Gallery in Washington, DC. Terwijl ik daar was heb ik digitale kleurimpressies of –reconstructies gemaakt van een zelfportret en een stilleven van rozen van Van Gogh. Beide schilderijen waren van kleur veranderd als gevolg van het licht. Door de microscoop zag ik een vlekje dat ongelooflijke roze van kleur was, en dat tevoorschijn kwam toen er een klein beetje groene verf werd weggenomen van de overschildering op een rozenblad. Dit rozenblad is tegenwoordig wit.

Deze ontmoeting leidde me naar het Van Gogh Museum waar ik in 2002 met Ella Hendriks kennismaakte. In de loop der jaren heb ik kleurmetingen gemaakt van verschillende schilderijen en tekeningen. Soms heb ik daarna met succes digitale kleurimpressies gemaakt, soms lukte dat niet. Ella vertelde me over de plannen om De slaapkamer te restaureren, en vertelde me dat er bewijs was van voortdurende veranderingen in de kleur van de vloer op dit schilderij. Retouches uit 1931 die niet langer met de omringende originele verf kleurden, hadden haar op het spoor gebracht. Ik raakte gefascineerd: dit was nieuw terrein – kleurmetingen verrichten op een retouche in plaats van op een stukje originele verf dat afgedekt is geweest. Hoe meer ik te weten kom over De slaapkamer, hoe enthousiaster ik word over het idee om een digitale impressie van de originele kleuren van het gehéle schilderij te maken, in de nabije toekomst…

Monica Rotgans
kunstenaar en schrijver

Voor mij als kunstenaar is Vincent van Gogh een ware herontdekking geweest. Natuurlijk kende ik het werk van mijn grote voorganger, het sombere aardse werk dat hij in Nederland maakte, en de metamorfose van zijn kleurenpalet dat in zijn laatste jaren gedomineerd werd door elektrificerende primaire en secundaire kleuren. Maar het raakte me niet en had geen invloed op mijn denken en kijken als schilder. Tot vorig jaar.
In 2004 kwam ik voor het eerst in contact met Ella en René, bevlogen restauratoren van het Van Gogh Museum. Op zoek naar wetenschappelijke input voor mijn boek over verf werd het me duidelijk hoe ongelofelijk belangrijk de kennis van verf is, en hoe groot de impact van verkleuring kan zijn. De onderzoeksrapporten en de analyses van verf en schildermateriaal van het Van Gogh Museum, leerden me hoe groot de gevolgen van de 19de-eeuwse verfrevolutie zijn voor het werk van Van Gogh en zijn tijdgenoten. Zij maakten gebruik van nieuwe, vaak instabiele kleurstoffen. Sommige van die pigmenten verkleuren en verdwijnen na verloop van tijd. Van Gogh zei het zelf al, ‘schilderijen verwelken als bloemen’ en dat gold zeker voor De slaapkamer. Ik had altijd al het gevoel dat zijn schilderij en zijn eigen woorden hierover niet overeen kwamen. Nu begreep ik ook waarom Van Goghs werk me niet geboeid had. Vanwege mijn vak en mijn verfkennis werd ik gevraagd om mee te discussiëren toen het onderzoeksteam van het Van Gogh Museum een impressie van de originele kleuren van De slaapkamer besprak. Het was een genot om het hele proces mee te maken: met behulp van technische gegevens het originele kleurschema achterhalen, dat digitaal te vertalen in hoe het geweest kan zijn, het opzoeken van Van Goghs eigen woorden over kleur en sfeer, en de discussies hierover…
Het is een wonderbaarlijke gewaarwording om in gedachten zijn werk te reconstrueren. Wat betreft De slaapkamer; met hulp van de impressie kan iedereen weer begrijpen wat hij wilde zeggen.