Over het onderzoek

 
Onderzoekspartners
Al in 2000 is het Van Gogh Museum samen met Shell en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) materiaal-technisch onderzoek gestart naar schilderijen van Vincent van Gogh. In de eerste fase zijn 97 schilderijen onderzocht die Van Gogh in Antwerpen en Parijs maakte. Juist in die tijd maakte hij een grote ontwikkeling door. Het onderzoek vond voor een deel plaats in de geavanceerde laboratoria van de onderzoekspartners. Dit leverde veel informatie op over Van Goghs schildertechniek en materiaalgebruik.

In 2005 werd Shell officieel Partner in Science van het Van Gogh Museum. Samen met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en het Courtauld Institute in Londen is het onderzoek voortgezet als een speurtocht naar de atelierpraktijk van Van Gogh en zijn tijdgenoten. Ook werk van vroege tijdgenoten als Anton Mauve en Anthon van Rappard is onderzocht, net als schilderijen van kunstenaars die Van Gogh ontmoette toen hij in Parijs werkte: Henri de Toulouse-Lautrec, Paul Signac en Emile Bernard.

Presentatie
Jaarlijks wordt in een presentatie op de tweede verdieping van het Van Gogh Museum een kijkje in de keuken van het atelierpraktijk onderzoek gegeven. Deze kleine tentoonstellingen geven uitleg over aspecten van het technisch-wetenschappelijk onderzoek.

Onderzoekstechnieken
Een kunstwerk wordt altijd eerst nauwkeurig met het blote oog bekeken. Daarna kiest de restaurator op welke manier en met welke technieken het werk verder onderzocht zal worden. De bestudering van het verfoppervlak met behulp van een microscoop hoort daar altijd bij. Met infraroodreflectografie en röntgenstraling en via analyses van verfmonsters, minieme dwarsdoorsnedes van de verflaag, kan het ontstaan van een schilderij gereconstrueerd worden. Laag voor laag kan worden nagegaan hoe het werk is opgebouwd. Dat leidt tot verrassende ontdekkingen over het gebruikte materiaal. Zie ook het overzicht van gebruikte onderzoekstechnieken.

Gevolgen van het materiaal-technisch onderzoek
Het onderzoek is van groot belang voor het begrijpen van de werkwijze en wederzijdse beïnvloeding van Van Gogh en zijn tijdgenoten. Mede op basis van de onderzoeksresultaten bepalen de restauratoren en conservatoren wie de maker van een werk is, hoe het werk er oorspronkelijk uitzag en hoe het kunstwerk gerestaureerd moet worden. Als door het onderzoek duidelijk wordt dat de conditie waarin een schilderij verkeert slecht is, besluiten zij soms dat het onverantwoord is een werk nog te laten reizen voor een tentoonstelling. Sommige doeken zijn zo kwetsbaar geworden dat de trillingen die een transport met zich meebrengt schadelijk zijn voor het kunstwerk.


Copyright 2005-2014 - Van Gogh Museum | Colofon | Disclaimer | Links