Parijs Rue Lepic Parijs Rue Lepic bekijk vergroting

1886

Impressionisme en de stad


Omstreeks 27 februari 1886 komt Van Gogh aan in Parijs, waar hij bij Theo op Montmartre woont. Deze verhuizing heeft veel invloed op de ontwikkeling van zijn schilderstijl. Theo, die het filiaal van Goupil (nu Boussod, Valadon & Cie geheten) op Montmartre leidt, maakt Van Gogh bekend met werken van Claude Monet en andere impressionisten. Tot dan toe heeft Van Gogh vooral Nederlandse schilderkunst en Franse realisten gezien; nu kan hij met eigen ogen vaststellen hoe impressionisten omgaan met licht en kleur en op welke wijze zij hun onderwerpen behandelen. Vier maanden lang studeert Van Gogh op het prestigieuze atelier van Fernand Cormon. Hij maakt kennis met eigentijdse kunstenaars, zoals Paul Gauguin, Henri de Toulouse-Lautrec, Emile Bernard, Camille Pissarro en John Russell.

1886

Nieuwe benaderingen


Uit het Parijse werk van Van Gogh blijkt dat hij zich de invloeden uit zijn omgeving probeert eigen te maken. Bij de ontwikkeling van zijn eigen stijl, bestudeert hij de manier van werken van de impressionisten. Zijn palet wordt lichter, zijn penseelvoering losser. Hij volgt de impressionisten ook bij de keuze van zijn onderwerpen: de cafés en boulevards van Parijs, het platteland langs de Seine. Via Georges Seurat en Paul Signac ontdekt hij de stippeltechniek van het Neo-Impressionisme, ook wel Pointillisme genoemd, waarmee hij naar hartelust experimenteert. 'Weet dat wat men tegenwoordig wil in de kunst, erg levend, sterk van kleur en hoog opgevoerd moet zijn', schrijft hij in die tijd aan zijn zus Wil.

Zelfportret als schilder Zelfportret als schilder bekijk vergroting

1886

Zelfportretten


Van Gogh is geïnteresseerd in portretkunst, die hij als mogelijke bron van inkomsten beschouwt. Aangezien hij zich geen modellen kan veroorloven, koopt hij een goede spiegel en gebruikt hij het beeld van zijn eigen gezicht om zijn talenten aan te scherpen. Van Gogh schildert in Parijs minstens twintig zelfportretten, die een goede indruk geven van zijn experimenten met stijl en kleur. De eerste zelfportretten zijn opgezet in het grijs en bruin van zijn Brabantse periode, maar deze sombere tinten maken weldra plaats voor gele, rode, groene en blauwe kleuren. De steeds lossere penseelvoering toont de groeiende invloed van de impressionisten. In een brief aan zijn zus schrijft Van Gogh: 'Vooreerst stel ik op de voorgrond dat eenzelfde persoon mijns inziens stof tot erg uiteenlopende portretten oplevert.' Een van de laatste zelfportretten in Parijs, Zelfportret als schilder, is een aangrijpende expressie van zijn persoonlijke en artistieke identiteit.

Vaas met herfstasters Vaas met herfstasters bekijk vergroting

1886

Experimenten met kleur

Kort na zijn aankomst in Parijs beseft Van Gogh hoe ouderwets zijn donkere palet geworden is. Hij schildert studies van bloemen, door Theo vingeroefeningen genoemd, waarin hij probeert 'een intense kleur te bereiken en geen grijze harmonie'. Van Gogh gebruikt knotten wol met draden in verschillende tinten - rood en oranje, blauw en geel, oranje en grijs - om het effect van diverse kleurencombinaties te testen. Zijn palet wint geleidelijk aan helderheid, hij wordt ontvankelijker voor kleur in het landschap. Hij schildert regelmatig buiten in Asnières, een dorp bij Parijs waar de impressionisten geregeld werkten en schrijft hierover later zijn zuster Wil: 'En toen ik deze zomer te Asnières landschap schilderde, zag er meer kleur in dan vroeger.'

Zelfportret met portret van Gauguin Zelfportret met portret van Gauguin bekijk vergroting

1887

Kunstenaars van de Petit Boulevard


Tot Van Goghs nieuwe vrienden behoren de schilders die hij de 'kunstenaars van de Petit Boulevard' noemt, Toulouse-Lautrec, Signac, Bernard en Anquetin, kunstenaars die jonger en minder beroemd zijn dan de impressionisten. Van Gogh vat het plan op een harmonieuze leefgemeenschap van kunstenaars te stichten die samen wonen en werken. In 1887 organiseert hij een groepstentoonstelling in een Parijs restaurant, met eigen werk en schilderijen van vrienden. De kunstenaars van de Petit Boulevard ontmoeten elkaar vaak in de verfhandel van Père Tanguy, waar Van Gogh ook Gauguin regelmatig ziet. Tanguy, die vele jonge kunstenaars genereus van materialen voorziet, exposeert Vincents schilderijen af en toe in zijn etalage.

Copyright 2005-2014 - Van Gogh Museum | Colofon | Disclaimer | Links